10 en 11 november 2020 Expo Houten
Aanvang over:
EM_2020-wk05_foto1

TEST: Renault Master dCi 180 Twin Turbo FWD

Gepubliceerd: 28 januari 2020

De grootste bedrijfswagen van Renault mag nog even mee, hoewel hij met dik negen jaar bepaald niet meer de jongste is. De zeer uitgebreide opfrisbeurt maakt de Master in elk geval jaren jonger.  

Het nieuwe front springt meteen in het oog: de motorkap ligt vlakker, de grille is hoger opgetrokken. Het oogt veel moderner en het is goed voor het king-of-the-road-gevoel, zeggen ze bij Renault. Feit is dat je achter het stuur dit ook daadwerkelijk ervaart; je gaat ook gevoelsmatig met een kolos van een bestelauto op pad. Maar dat duurt niet lang, want de Master is een model dat snel om je heen lijkt te krimpen naarmate je er meer mee rijdt. Hoe dat kan? Twee dingen: de puike overzichtelijkheid, die erg veel zelfvertrouwen geeft, en de krachtige topmotor, die de zware bestelauto onverwacht kwiek maakt. 

VEEL ZICHT 
Over dat zicht rondom - best een stokpaardje van schrijver dezes: de Master heeft voorbeeldige spiegels. Dubbel aan beide zijden en in de geteste uitvoering voorzien van die prettige lampjes die oplichten wanneer er zich een ander voertuig in de dode hoek bevindt - of sowieso naast de auto. Onmisbaar, maar helaas optioneel. De gekke spiegel aan de binnenzijde van de zonneklep aan passagierszijde laten we maar voor wat hij is. Ooit leuk bedacht, maar in de praktijk lastig te gebruiken. Nee, dan heb je meer aan Rear View Assist; een flinke monitor op de plek van de binnenspiegel, die het beeld weergeeft van de aan het dak gemonteerde camera. Kost € 1.000 extra, maar is zeer aanbevelenswaardig omdat zelfs de geheel geblindeerde bus daarmee een virtuele achteruitkijkspiegel heeft. Een achteruitrijcamera is er ook (helaas ook optioneel), maar die gebruikt het nieuwe, grote  multimedia-beeldscherm. Ook prima, maar het beeld van de grote monitor daarboven is scherper. 

LUNCHPLEK 
De Master heeft een geheel nieuw dashboard gekregen, dat er eerder functioneel uitziet dan mooi gestileerd. Geen probleem natuurlijk bij werkpaarden als deze. Belangrijk is dat de ergonomie klopt, met uitzondering van de positie van het stuurwiel, dat alleen in hoogte verstelbaar is en niet in diepte. Jammer, we zouden het graag wat dichter bij de borstkas hebben. De stoel is prima en met voldoende marges verstelbaar. Een kleinigheid is dat de instrumenten onnodig druk met extra lijntjes zijn ingetekend - nergens voor nodig. De testauto was uitgevoerd met het uitschuifbare dienblad en bekerhouder voor de bijrijder. Een aardige gimmick, maar het valt toch niet goed te praten dat er dan geen plek meer is voor een airbag aan die kant. Maar goed, wie altijd alleen onderweg is, kan zo’n dienblad bij pauzes handig dienen als lunchplek of om aan een laptop te werken.  

FIJN STUREN 
Rijden doet de Master als de beste. Hij mist de verfijning van zijn moderne collega’s als de Crafter, Transit en Sprinter, maar schiet niet ernstig tekort. Tot de minder goede punten hoort de nadrukkelijke dieseldreun bij stationair draaien, maar positief is dat het geluid op snelheid grotendeels wegvalt. Schakelen met de 6-bak gaat een beetje hakerig en ook wat zwaar, maar je zult vanwege de duidelijke geleiding van de pook nooit een versnelling missen. De koppeling functioneert prima. Sturen doet de voorwielaangedreven Master zelfs onverwacht prettig: fijn nauwkeurig en direct, maar niet nerveus op de snelweg.  

MANNETJESPUTTER 
De motor van de gereden dCi 180 – de krachtigste die Renault in het gamma heeft – is echt een mannetjesputter: hij sprint er als het moet als een dolle vandoor. Nee, zo’n Master wordt nooit een Alpine A110, maar voor het soort auto kan hij echt heel vlot gereden worden. Dat is te danken aan de opgewaardeerde 2,3-liter viercilinder met voortaan twee turbo’s. Die motor is in elke Master te vinden, met steeds verschillende waarden voor vermogen en koppel. De sterkste levert zijn 180 pk bij 3.500 toeren en heeft 400 Nm bij 1.500 toeren paraat. Wellicht kan je met minder ook goed uit de voeten, want de basismotor is de dCi 135 met 360 Nm bij eveneens 1.500 toeren. Niet heel veel minder, zullen we maar zeggen. Het testverbruik is uitgekomen op 9,0 l/100 km. Voetnoot daarbij: de auto was uitgerust met een groot imperiaal, een windvanger pur sang, zodat een auto zonder die installatie best gunstiger zal uitkomen. 

Tekst: Jeroen Ekeler 

Deel dit artikel:

Gerelateerde exposanten

Schrijf u hier in voor onze wekelijkse gratis nieuwsbrief!

Geef u op voor onze wekelijkse gratis digitale nieuwsbrief en u bent verzekerd en altijd geheel op de hoogte van het laatste nieuws uit de bestelauto sector met video verslagen, achtergronden, bestelauto testverslagen, Expo nieuws en informatie van deelnemers en partners. 

10049